Ik haat mannen!
Over wat vrouwen daar nou écht mee bedoelen.
Er waait een nieuwe wind door het publieke debat: vrouwen laten hun onvrede over mannen steeds minder fluisterend en steeds vaker luid horen. Sommigen gaan daarin zo ver dat ze zeggen: “Ik haat mannen.” Deze column is bedoeld om even uit te leggen wat we daarmee bedoelen. *Propt driftig buskruit in haar vulpen en kucht.* Blijkbaar is dat nodig, want zodra je dit zegt, breekt er bij sommige mannen spontaan paniek uit. Misandrie! Heksenjacht! Het einde der tijden! Alsof mannen denken dat er buiten ineens een boze mob feministen met fakkels klaarstaat voor massacastratie. Dus laat ik dat even rechtzetten. Dat is plan B. Grapje. Laat me het “ik haat mannen” toch even uitleggen. Tenminste, laat ik voor mezelf spreken in de column.
Als ik zeg “Ik haat mannen”, is dat een beetje alsof ik op het perron sta en uitroep: “Ik haat de NS!” Blijkbaar hebben de treinen me dan een reden gegeven om dat te roepen. Dat gezegd hebbende: ik ben óók dankbaar dat we in Nederland een openbaar vervoerssysteem hebben. Dat we de vrijheid hebben om overal naartoe te reizen. Dat er überhaupt treinen zijn die ons van A naar B brengen. Dat kan allemaal tegelijk waar zijn. “Ik haat de NS” en “Ik ben blij dat er treinen zijn.” kunnen prima naast elkaar bestaan.
En zo is het ook met “Ik haat mannen”. Als ik dat uitroep, bedoel ik niet dat ik het bestaan van alle mannen haat. Blijkbaar hebben mannen mij een reden gegeven om dat te roepen. Dat is iets anders dan een wereldwijde uitroeiingsdrang. Daarnaast bestaan er ook gewoon goede mannen. Leuke mannen. Mannen waar niets mis mee is. Ik heb ze persoonlijk niet in mijn leven, maar ze schijnen er te zijn. Ze lopen ergens rond. Misschien zijn ze allergisch voor mij, zou kunnen. Maar ze bestaan. Dat hoor ik. En die dingen kunnen dus ook naast elkaar bestaan.
Je zou denken dat als ik roep “Ik haat mannen”, dat mannen gewoon hun gezonde verstand gebruiken en snappen dat dit niet letterlijk bedoeld is. Je zou denken dat er zoiets als nuance bestaat, zoals dat koffie zowel heerlijk als levensnoodzakelijk én soms te heet kan zijn. Dat wanneer wij vrouwen zeggen “Ik haat mannen”, het geen biologische haatverklaring is. Maar blijkbaar is dat concept toch ingewikkeld. Mannen horen “ik haat mannen” en reageren alsof er een meteoriet richting aarde komt. Wij vrouwen zitten ondertussen geïrriteerd aan ons haar te draaien. Weerbericht: kans op zelfreflectie, tact of empathie van het andere geslacht; drie procent.
Blijkbaar moeten wij, midden in een frustratietirade over femicide, eerst even pauzeren. Even de kwetsbare mannenhandjes vastpakken en geruststellend zeggen: “Nee hoor, jou niet. Als ik zeg dat ik mannen haat, dan bedoel ik natuurlijk niet alle mannen.” Want stel je voor dat hun tere zieltjes anders gekwetst raken. “Mogen we nu terug naar het feit dat vrouwen doodgaan? Ja? Fijn.” Dat we het hebben over vrouwen die mishandeld, verkracht of vermoord worden, maar de prioriteit ligt toch bij gekrenkte gevoelens van “good guys”. Daar krijg ik dus even een error 404 van. Het is voor ons vrouwen zo vermoeiend om de hele tijd de babysitter van mannelijke emoties te spelen:
“Niet jij hoor. Jij bent één van de goeie. Voel je je nog oké?”
Ik snap echt wel dat mannen onze situatie niet volledig kunnen begrijpen. Je kunt niet voelen wat je nooit hebt meegemaakt. Maar het zou al een verademing zijn als er op z’n minst moeite werd gedaan om zich in te leven in hoe het voor vrouwen is. Hoe fijn zou het zijn als wij massaal zeggen dat we ons ’s avonds nog steeds niet veilig voelen op straat, en er dan een man is die zegt: ik begrijp wat jullie zeggen. Ik neem dat serieus. Ik kan me voorstellen dat als ik een vrouw was, ik me waarschijnlijk ook zo zou voelen. Meer hoeft niet.
Je hoeft ter plekke geen oplossingen te presenteren. Je hoeft geen symbolische zelfhaat te ontwikkelen of spontaan een geslachtstransitie te ondergaan uit solidariteit. Dat vragen we helemaal niet. Een beetje inlevingsvermogen. Dat zou al ontzettend goed voelen.
Het zou zo fijn zijn als mannen die zelfde heftige reactie zouden hebben op ‘geweld tegen vrouwen’ in plaats van wanneer ze denken vals te worden beschuldigd. Zucht. Het is geen aanval op jou persoonlijk! Niemand riep jouw naam, Bart. Ga zitten.
Ik zag laatst een talkshow waarin een jonge gast precies dát probeerde te doen. Hij zei: “Ik weet dat ik ’s avonds laat geen bedreiging bén, maar vrouwen weten dat niet. Zij kennen mij niet. Dus ze kunnen zich niet permitteren om er automatisch vanuit te gaan dat ik een good guy ben.” Zo verfrissend als een man het gewoon snapt. Tot hij toch nog met een oplossing kwam. Hij zei dat hij dan maar heel hard vrolijk gaat fluiten in zo’n situatie, zodat vrouwen weten dat hij onschuldig is.
Ik bedoel: lief dat je meedenkt. Wat goed dat je het onderwerp serieus neemt. Aan de andere kant dacht ik: schat, verkrachters kunnen ook prima fluiten. Dat sluit jou totaal niet uit. Maar het brengt ons wel op een ander interessant aspect van het probleem. Namelijk de “Monster” paradox.
Mannen en vrouwen zien daders totaal anders. Als een vrouw aan een dader denkt weet ze dat hij er op elke mogelijke manier kan uitzien. Hij kan jong zijn, hij kan oud zijn, hij kan je vader zijn, je broer, je sportcoach, de knappe gast van de sportschool, je leraar. Het kan iedereen zijn. Er is geen marker, geen stereotype waar je veilig op kunt vertrouwen. Behalve dan één ding: het zijn altijd mannen.
Maar als je bij mannen vraagt waar zij aan denken bij verkrachting, kom je toch al snel bij een soort monster. Alsof het standaard een onaantrekkelijke man is die “geen vrouwen kan krijgen” en daarom maar iemand moet lastigvallen of verkrachten. Een ongewassen griezel die uit de bosjes springt. Een soort agressieve zwerver slash Disney villain met een evil lach, Muhaha! En daar gaat het mis, want op die manier delen mannen zichzelf op in ‘monsters’ en ‘normale mannen die zoiets nooit zouden doen’.
Het verschil is simpel: vrouwen spreken uit ervaring en wéten dus dat een dader er niet uitziet als een stripfiguur maar als een doorsnee man met een baan, vrienden en een kekke hobby. Hij kan humor hebben, sympathiek zijn. Iemand waarvan je zoiets nooit zou verwachten. Cijfers en statistieken onderbouwen deze collectieve ervaring.
Mannen daarentegen bouwen hun beeld vooral op hun eigen geweten en vooroordelen. Zij zouden zoiets nooit doen, dus de dader moet wel iemand anders zijn. Een aparte soort. Een andere categorie. Iets wat veilig buiten henzelf valt. Dat voelt prettiger, maar het klopt feitelijk niet.
“We hebben het over cijfers en statistieken. Ik ben helemaal klaar met dat we de hele tijd statistieken en feiten negeren om mannen die onzeker zijn of zich aangevallen voelen gerust te stellen. Ik ben niet op aarde gekomen om jou gerust te stellen.” — Soundos el Ahmadi
Wat we nu van mannen zouden willen zien is eigenlijk heel simpel: betrokkenheid. Dingen zijn aan het veranderen. Vrouwen zijn het zo zat dat we nu eindelijk het openbare gesprek hebben opgeeist. We hebben onze grens bereikt en we willen verandering zien. De situatie verandert, en ja, we willen ook dat mannen mee veranderen, maar dat loopt nog wat stroef. Mannen zijn namelijk erg comfortabel met “niks” doen. De meeste mannen zeggen van zichzelf dat ze vrouwen met respect behandelen, dat ze vrouwen niet slaan, en denken dan: ach ja, dat is eigenlijk prima zo, ik doe genoeg. En nu vragen vrouwen ineens van alles? Dat je andere mannen aanspreekt, dat je de cultuur mee helpt veranderen? En dat triggert blijkbaar een hoop verontwaardigde wenkbrauwen.
Bij sommige mannen triggert dit verzoek zelfs hele tantrums waar ze boos hun armen over elkaar slaan. “Er is helemaal geen probleem” Driftige kereltjes die moeite hebben om die comfortabele mannencultuur los te laten. Ze klampen zich eraan vast alsof ze drie zijn met een emotional support knuffel die ze niet kunnen loslaten. Ze hebben namelijk helemaal geen zin om dingen te veranderen en het maakt niet uit met hoe veel aantoonbare feiten je komt, ze willen niet luisteren.
Blijkbaar is dit het emotionele equivalent van een file: vervelend, maar je kunt niet doen alsof hij er niet is. Wat moeten we daar nou mee? Boos terug schreeuwen? Nee, dat heeft geen nut. We moeten consistent blijven benoemen wat we ervaren. Ontkenning is vaak comfortabel, want als je het probleem niet erkent hoef je ook niets te veranderen of kritisch naar jezelf te kijken. Maar verandering komt niet van comfort.
Alsof we een hyperactieve chihuahua moeten overtuigen dat de stofzuiger niet de vijand is, maar hij blijft maar kefferen.
Het is een droevige waarheid, maar mannen luisteren beter naar andere mannen dan naar vrouwen. Als een man die vrouwen lastigvalt op straat wordt aangesproken door zijn broer, zijn vader of een goede vriend van: “Wat doe jij nou, man, sukkel? Laat dat joh.”, dan maakt dat veel meer indruk dan dat vrouwen zeggen dat ze het niet leuk vinden. Dus wat we eigenlijk willen is simpel: Mannen, check de mannen in je omgeving. Spreek ze aan op hun gedrag als je iets ziet, en help ons zo die cultuur van geweld tegen vrouwen beetje bij beetje te veranderen. Dat zou al een enorm verschil maken.
Voor de duidelijkheid: het gaat er dus niet om dat je in één keer een held hoeft te zijn die een verkrachting voorkomt. Het zit in de kleine dingen. In een vriend die in de kroeg ineens iemand bij de billen grijpt en jij zegt: “Hé, doe normaal.” In seksistische grappen die zogenaamd “maar een grapje” zijn, maar ondertussen vrouwen kleineren. In “kleedkamer taal” waar een gast vrouwen uitmaakt voor hoer, slet, of nog veel erger, en jij die zegt: “Kap daarmee, dat is niet oké.”
Het is die naaktfoto van een meisje die hij ongevraagd in de groepschat gooit. Ik zweer het je, sommige mannen behandelen de groepschat als een heilig ecosysteem waar geen kritiek mag binnendringen. Rustig. Het is WhatsApp, geen beschermd natuurgebied. Trek je mond open, man! Als je je vriend aanspreekt stort de mannelijke beschaving niet in. Rome viel niet door iemand die zei: “Hé, misschien geen vrouwen objectificeren tijdens het bier drinken.” Sommige mannen kijken naar hun seksistische vriend alsof hij een zeldzame diersoort is die je niet mag verstoren. Henk is geen panda. Hij kan als het goed is gewoon tegen feedback. Het gaat om het openbreken van stilzwijgen, om het laten zien dat bepaald gedrag niet normaal is, dat we elkaar daarop aanspreken. Dat is geen grote revolutionaire heldendaad, dat is simpel fatsoen.
Wel snap ik dat het lastig kan zijn om je vrienden aan te spreken. Of misschien wel je eigen vader of opa. Misschien voelt het wel alsof we je vragen een draak te temmen. Rustig. Het is geen draak. Het is Dennis van voetbal. En Dennis zegt gewoon domme dingen. “Ja maar zo is hij nou eenmaal.” Ja, en zo was Windows 95 ook. Maar dat is ook niet meer van deze tijd. Geef hem een update.
Mannen doen soms alsof hun banden een bloedverbond is waarbij je elkaars domheid moet beschermen. Reality check: je zit niet in een maffiafamilie. Je mag gewoon zeggen dat iemand zich gedraagt als een natte tosti. “Maar dan wordt het ongemakkelijk.” Ja. Dat heet volwassen worden. Laten we niet doen alsof een vriend aanspreken gelijk staat aan hem in een vulkaan gooien. Het is meer alsof je zegt dat zijn gulp openstaat. Kort ongemak. Groot maatschappelijk voordeel.
En dus kom ik terug bij mijn uitspraak: “Ik haat mannen.” Niet alle mannen, niet letterlijk, en ook niet biologisch. Dat ik niet cónstant rondloop met een hoofd vol mannenmoordfantasieën, zoals het enthousiast kielhalen van Lil kleine of Johan Derksen. (Daar denk ik alleen in het weekend over na.) Ik haat het idee dat veel mannen hun blik zo smal houden, dat ze alleen zichzelf als maatstaf gebruiken, terwijl de realiteit laat zien dat daders overal en in alle gedaantes rondlopen. Dat frustrerende gemak waarmee mannen denken: ik zou het nooit doen, dus een dader is een heel iemand anders. “Ik haat mannen” is eigenlijk een soort shorthand voor frustratie over een systeem waarin mannen hun eigen onschuld als bewijs gebruiken dat daders altijd ergens anders moeten zitten. (Kucht: Buitenlanders) Frustratie dat we überhaupt niet kunnen spreken over veiligheid zonder dat iemand zich meteen persoonlijk aangevallen voelt.
Ik meen het misschien niet letterlijk wanneer ik zeg dat ik mannen haat. Maar als ik man was, zou ik het lezen als een maatschappelijk rooksignaal. Ik zou het zien als een waarschuwing: het geduld slinkt. Steeds meer vrouwen voelen zich onveilig of ongehoord, en dat komt niet uit het niets. Er zijn mannen die het verpesten voor anderen. Dat betekent niet dat je machteloos bent. Integendeel: je kunt bijdragen. Door je uit te spreken, door gedrag te corrigeren, door medestander te zijn. Dat is geen last, maar een kans om het gesprek en de cultuur beter te maken.
Vrouwen vragen niet om redders, maar om betrokkenheid. Om mannen die hun ogen niet sluiten wanneer een vriend zich misdraagt, die hun mond opendoen als er seksistische grappen worden gemaakt, die zeggen: hé, dat is niet oké. En hun mond dicht houden als vrouwen proberen zich uit te spreken. Want als we willen dat dingen veranderen, moeten we samen veranderen. En ja, dat betekent dat sommige mannen hun knuffel moeten loslaten, het idee dat alles prima is zoals het was, en volwassen worden in het gesprek. Cultuur verandert stap voor stap, en soms begint die stap bij één persoon die besluit niet langer weg te kijken. Geef ons een reden om te roepen: “Ik hou van mannen.”















'Henk is geen panda' hahaha love it
Hear, hear!